Montessori basisschool
Roermond
DE ZORG VOOR KINDEREN
4.1 de opvang van nieuwe leerlingen
Als u serieus overweegt uw kind op de Montessorischool te plaatsen, dient u uw kind(eren) zeer tijdig aan te melden. De ervaring leert, dat kinderen die voor hun eerste verjaardag worden aangemeld zeker geplaatst kunnen worden. Als uw kind geplaatst kan worden krijgt u hiervan schriftelijk bericht. U krijgt dan een uitnodiging voor een intakegesprek. Dit gesprek vindt meestal plaats in de maand januari of februari voorafgaand aan het schooljaar waarin uw kind daadwerkelijk naar school zal gaan.
Voordat uw kind definitief naar school gaat, mag u gebruik maken van de regeling om drie ochtenden uw kind te laten wennen op school. Op de dag dat uw kind vier jaar wordt, kan het tot de school worden toegelaten. De kinderen stromen in groepjes of individueel in. Voor kinderen die willen veranderen van school geldt, een afwijkende procedure.
Aanpassing instroomprocedure nieuwe leerlingen
6 Jaar geleden veranderde de instroomprocedure voor 4 jarigen . Kinderen die vóór 1 januari 4 jaar werden, werden geplaatst in groep 1. In principe gingen deze kinderen na de zomervakantie naar groep 2, tenzij het om pedagogisch en/of didactische redenen beter was dat deze kinderen nog een jaar in groep 1 bleven.
Deze procedure is weer gewijzigd naar de situatie zoals deze 6 jaar geleden was. De inspectie werkt weer met de oktober grens. Dat betekent dat alle kinderen die voor 1 oktober 4 jaar worden, geplaatst worden in groep 1 met als uitgangspunt dat zij na de zomervakantie naar groep 2 gaan. De kinderen die vanaf 1 oktober 4 jaar worden blijven in principe na de zomervakantie nog een jaar in groep 1 tenzij het om pedagogische en/of didactische redenen beter is het kind na de zomer te plaatsen in groep 2. Deze extra tijd in groepje 1 zal door de Inspectie van het Onderwijs niet meer aangetekend worden als “zittenblijven” .
Uitgangspunt zal echter steeds blijven, dat voor een verlengde of juist verkorte leertijd (op de basisschool), altijd het belang van het kind centraal staat. De leerkracht ziet uw kind de hele week en kan op grond van observaties en toetsen u zeer goed adviseren wat voor uw kind het beste is: versneld doorstromen of gebruik maken van de tijd in groep 1 waar een kind in principe aanspraak op mag maken.
4.2 Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school (leerlingvolg-systeem)
Beoordeling dagelijks werk en de registratie van de vorderingen van leerlingen
De groepsleraar houdt dagelijks systematisch bij wat de leerlingen doen. Het schriftelijk werk van de leerlingen wordt dagelijks gecontroleerd. De gegevens over de leerlingen zijn vastgelegd in de leerlingvolgsystemen. Bij wisseling van groepsleerkracht wordt dit met de volgende leerkracht doorgesproken.
Twee tot drie maal per jaar worden de kinderen in de midden- en bovenbouw systematisch getoetst. De gegevens worden vermeld in het leerlingvolgsysteem. Wij hanteren de toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem. Dit betekent dat in de groepen 6 en 7 een test wordt gedaan, de zogenaamde entreetoets CITO. In groep 8 volgt de eindtoets Cito. Daarnaast wordt in groep 8 de B.N.T.-toets gedaan. Dit is een toets gericht op intelligentie en schoolvorderingen, waarvoor specifieke (leer-) voorwaarden zijn geformuleerd.
Tenslotte kunnen er testen plaatsvinden door de Onderwijs Begeleidingsdienst (Consent)
De individuele, de groeps- en de schooluitslagen worden systematisch besproken in het bouwoverleg, met de zorgcoördinator en met de directeur. Enkele keren per jaar is het ook mogelijk voor de school om de Onderwijs Begeleidingsdienst om advies te vragen (consultatie). Doen er zich tussentijds problemen voor, dan worden de bouwcollega's en eventueel de zorgcoördinator aangesproken.
Registratie van de voortgang van de leerlingen
De ontwikkeling van de leerlingen wordt op meerdere manieren geregistreerd.
a. mondelinge rapportage:
Aan de hand van de praatformulieren, die behoren bij het CITO- leerlingvolgsysteem vinden individuele gesprekken met ouders plaats.
Bij twijfel wordt ook gesproken met een psycholoog of beroepskeuzeadviseur.
b. schriftelijke rapportage:
leerlinggerichte werkboeken
rapport CITO entree
rapport CITO eindtoets
rapport voortgezet onderwijs
rapport L.A.L.
c. administratieve verwerking:
aftekenkaarten met betrekking tot gegeven of nog te geven lesjes
aftekenboekjes m.b.t. schriftelijk verwerkte leerstof
overzichtskaarten met betrekking tot de toetsresultaten
Communicatie met de ouders/verzorgers
De resultaten worden minstens twee maal per jaar besproken met de ouders. De
ouders kunnen daarbij inzage vragen in het leerlingvolgsysteem. Uiteraard bestaat de mogelijkheid om naar aanleiding van actuele gebeurtenissen tussentijds met de leerkrachten te praten.
Als het gaat om 'zorgkinderen', is een gesprek in aanwezigheid van de zorgcoördinator een mogelijkheid. Indien de problemen meer dan extra zorg nodig hebben, kan de directeur op verzoek van een der partijen worden ingeschakeld. De directeur neemt zelf ook vaak het initiatief.
4.3 De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
procedure
De Montessorimethode is geschikt voor kinderen die extra zorg behoeven om te voorkomen dat ze tekortkomen of vastlopen en op een voor hen te laag niveau gaan functioneren. De zorgcoördinator beslist in overleg met de groepsleerkracht, welke kinderen er in aanmerking komen voor zorg op maat.
Als de problemen een specifiek karakter hebben, kan naar aanleiding van de leerlingenbespreking tijdens de teamvergadering en na overleg met de ouders, de zorgcoördinator, Veerkrachtgroep / BCO of een andere hulpverlenende instantie ingeschakeld worden. De Onderwijs Begeleidings Dienst (Veerkrachtgroep / BCO ) doet een onderzoek. Hiervoor is toestemming van de directie nodig. Plaatsing bij de "remedial teacher" en doorverwijzing naar bijvoorbeeld Veerkrachtgroep geschiedt met enige terughoudendheid, omdat het aantal beschikbare plaatsen beperkt is.
Het aanspreekpunt voor u als ouder, als het gaat om uw kind, is en blijft de groepsleerkracht. Indien de groepsleerkracht geen bevredigend antwoord kan geven op uw vragen, neemt u dan s.v.p. contact op met de directeur.
De volgende procedure wordt gevolgd als er problemen met een kind zijn.
Indien er door de leerkracht problemen worden geconstateerd bij uw kind, zal hij in eerste instantie zelf naar oplossingen zoeken met de middelen die hem ten dienste staan in de orthotheek. Dit kan leiden tot een handelingsplan.
Biedt dat te weinig soelaas, dan raadpleegt de leerkracht zijn bouwcollega's.
Als deze bespreking niets oplevert, wordt de zorgcoördinator ingeschakeld. Deze speciale leerkracht heeft een uitgebreid gesprek met de groepsleerkracht.
De coördinator kan besluiten, eventueel na extra toetsing, het zorgkind te bespreken in het overleg met Consent.
Indien dit absoluut noodzakelijk is, wordt uw kind begeleid door de remedial teacher of nader onderzocht door Consent.
In de uiterste gevallen wordt getracht uw kind te plaatsen in het Speciaal Basisonderwijs. Begeleiding door deze vorm van onderwijs binnen onze school behoort ook tot de mogelijkheden.
Bij alle hierboven genoemde gevallen worden de ouders natuurlijk zeer nauw betrokken.
Permanente commissie leerlingenzorg (PCL):
Indien na zorgvuldig en uitgebreid onderzoek blijkt dat een leerling beter zal gedijen in het Speciaal Basisonderwijs wordt het kind door de school aangemeld bij de Permanente commissie leerlingenzorg (PCL). Zij beslissen mede of een leerling in het Speciaal Basisonderwijs geplaatst zal worden.
Plaatsing en verwijzing van leerlingen met specifieke behoeften
Indien noodzakelijk, kan het kind een jaar of maximaal twee jaar langer over de basisschool doen. Doorgaans wordt besloten om een leerling over een bepaalde bouw (onder-, midden- of bovenbouw) een jaar langer te laten doen. Wij spreken niet van ‘zittenblijven’, maar van ‘bouwverlenging’. De leerling krijgt een jaar langer de tijd om de leerstof van een bouw te verwerken.
Het omgekeerde vindt ook plaats. De ‘bouwverkorting’ wordt toegepast als het volledig verantwoord is, dat wil zeggen zowel cognitief als sociaal-emotioneel, een leerling versneld te laten doorstromen naar de volgende bouw of naar het Voortgezet Onderwijs.
Hoogbegaafden hebben veel baat bij onze vorm van onderwijs. Indien ons onderwijsaanbod niet voldoende blijkt te zijn, wordt het aanbod onder andere vergroot in samenwerking met andere instanties.
Zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Kinderen die individuele begeleiding nodig hebben, krijgen dat van de remedial teacher en / of een externe begeleider.
Samenhang met het zorgplan
De wijze waarop de zorg is georganiseerd en ingevuld, hangt mede samen met het bovenschoolse zorgplan van Weer Samen Naar School.
Verstrekken van onderwijskundige rapporten
Indien externen van school een onderwijskundig rapport wensen, zal dat alleen verstrekt worden met toestemming van de ouders.
4.4 De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
Voorlichting aan ouders ten behoeve van de schoolkeuze van leerlingen.
Vanaf groep zeven worden de ouders en de leerlingen gemotiveerd, door aankondigingen van de open dagen van het voortgezet onderwijs, alle scholen te bezoeken. Tijdens de laatste praatavond in groep 7 doen de groepsleerkrachten een voorzichtige uitspraak over het mogelijke startnivo (globale niveau-bepaling) in het voortgezet onderwijs. Dit gebeurt dan op grond van de dan beschikbare gegevens.
In groep 8 worden de leerlingen onderworpen aan twee belangrijke toetsen. De eerste toets, de Basis-Nivo-Toets, wordt afgenomen in januari door het Loopbaan Adviescentrum Limburg (L.A.L.). Deze instelling geeft een onafhankelijk schooladvies en doet uitspraken over de capaciteiten en leervorderingen van uw kind. De tweede toets, de CITO-eindtoets, wordt afgenomen in februari. Het Loopbaan Adviescentrum Limburg toetst ook de leervorderingen en doet een voorzichtige uitspraak over het beste vervolgonderwijs voor uw kind. Het uiteindelijk schooladvies wordt vastgesteld door de directeur van de school. De directeur laat zich uitgebreid informeren door de leerkracht. De belangrijkste componenten die het schooladvies beïnvloeden zijn: de algemene indruk van de leerkracht(en)gebaseerd op het werken met en van uw kind, de resultaten behaald tijdens zijn schoolloopbaan (bijgehouden in het leerlingvolgsysteem) en de uitslagen van de twee eerder genoemde eindtoetsen.
In groep 8 wordt voor de betreffende ouders in november een speciale ouderavond belegd. Op deze avond wordt o.a. uitgelegd hoe de structuur van het voortgezet onderwijs in elkaar zit.
Soort gegevens die over leerlingen worden verzameld, de wijze van adviseren en de procedure die gevolgd wordt.
Uiteindelijk gaan de volgende gegevens naar het Voortgezet Onderwijs:
de uitslag van de CITO-entreetoets (afgenomen in groep 6 en 7).
de uitslag van de BNT-toets.
de uitslag van de CITO-eindtoets.
De hierboven genoemde gegevens worden alleen met schriftelijke toestemming doorgezonden.
Het definitieve advies.
Al deze gegevens worden in maart met de ouders doorgesproken en gemotiveerd.
De adviezen worden in principe niet veranderd, behalve wanneer er objectieve andere gegevens beschikbaar komen, die een verandering rechtvaardigen. Als ouders het niet eens zijn met het advies, kunnen zij dat naast zich neer leggen. In die gevallen moet uw kind toelatingsexamen doen op de school van uw keuze.
Eind maart zijn de gegevens bij de scholen voor Voortgezet Onderwijs aangeleverd. Daarna is er contact tussen een vertegenwoordiger van de school en de brugklascoördinator over de leerlingen. Hierbij wordt gesproken over het advies, de specifieke leerlingkenmerken en de plaatsing op de school van Voortgezet Onderwijs.
Ook in de jaren na de overgang is er contact tussen de twee bedoelde scholen over het functioneren van de leerling.
Onze school blijft de leerlingen volgen tot en met de beëindiging van de school voor het Voortgezet Onderwijs via een leerlingvolgsysteem.
4.5 Zorg voor het jonge kind
Externe deskundigen ingehuurd door ouders
Indien ouders op eigen initiatief voor hun kinderen externe hulp inroepen handelt de school als volgt: De school verleent in principe haar medewerking. Indien de externe deskundige vragen wil stellen aan de personeelsleden dan willen wij de vraag / vragen graag beantwoorden. De vragen willen wij op papier krijgen. Op deze wijze kan de leerkracht / zorgcoördinator zich het best voorbereiden. Indien ouders, op basis van een advies van een extern deskundige, een andere aanpak voor hun kind willen, dan wil de school daar graag met u over van gedachten wisselen, in verband met de haalbaarheid / wenselijkheid. Een gesprek vindt altijd plaats met als uitgangspunt het rapport / verslag van betreffende deskundige.
4.6 Leerlinggebonden financiering LGF (rugzakleerling”)
Met alle middelen probeert het onderwijs de uitstroom naar het speciaal onderwijs te voorkomen. Uitgangspunt hierbij is dat het voor bijna alle leerlingen beter is om op de eigen (buurt)school te zitten. Ook voor leerlingen die het wat moeilijker hebben met hun leren of met hun gedrag.
In de nieuwe wet LGF die in augustus 2003 van kracht wordt, krijgen ouders van gehandicapte leerlingen het recht om te kiezen voor een school voor speciaal onderwijs of voor een gewone basisschool. We moeten hierbij denken aan kinderen met een lichamelijke en/of geestelijke handicap. Natuurlijk kunnen deze leerlingen niet altijd geplaatst worden. Dat is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de handicap en van wat de school te bieden heeft en aan kan. Het belang van het kind behoort altijd voorop te staan.
Een gehandicapte leerling plaatsen op een gewone basisschool is gebonden aan strenge regels. Een commissie bepaalt aan de hand van het dossier van de leerling of deze geplaatst kan worden. Als de leerling daadwerkelijk geplaatst wordt krijgt de school hier ook extra middelen voor en vindt er begeleiding plaats vanuit het speciaal onderwijs. De leerling brengt als het ware een rugzak mee met extra’s waarmee de basisschool hem beter kan begeleiden. Vandaar de benaming Rugzakleerling.
Voor alle duidelijkheid geven wij aan hoe er op de Montessorischool met het plaatsen van een leerling met een handicap wordt omgegaan:
Op de Montessorischool wordt bij een aanmelding van:
1. een leerling met een positieve beschikking van een commissie voor de indicatiestelling (een rugzakleerling);
2. of een leerling die teruggeplaatst wordt van een speciale school;
de onderwijskundige vraag van het kind doorgenomen. Er wordt gekeken naar de hulpvraag van het kind. Aan de hand van de hulpvraag wordt bekeken wat dat betekent voor het pedagogisch klimaat, het didactisch klimaat, de leerlingenzorg, de professionalisering, de ondersteuning en de huisvesting.
Centraal in de beantwoording staat het belang van het kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen. Bij het besluit tot toelating zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. Het team kan het besluit delegeren aan een commissie. Bij het niet toelaten van een leerling zal het bestuur dat goed moeten kunnen motiveren.
4.7 Criteria / procedure die de school hanteert bij de beslissing tot het verlengen of verkorten van een bouw.
De school laat de volgende zaken een rol spelen:
-de leeftijd van het kind en de (geschatte) meeropbrengst (waaronder welbevinden) van een verlenging / verkorting van een bouw ,
-de mening van de groepsleerkracht / groepsleerkrachten ten aanzien van de leerling,
-de mening van de ouders,
-de uitslagen van toetsen die afgenomen worden volgens een toetskalender,
-indien aanwezig, onderzoeken van derden,
-en de mening van de zorgcoördinator (IB-er),
De directie, na partijen gehoord te hebben, zal besluiten of tot verlenging/verkorting van een bouw zal worden overgegaan.
4.8 WSNS en samenwerkingsverband Swalm en Roer / Zat-teams
Omgaan met leerlinggegevens.
De Montessoribasisschool verzamelt informatie van alle leerlingen die bij ons op school zijn ingeschreven in de leerlingenadministratie. Dit doen wij allereerst om leerlingen passend onderwijs te geven. We hebben de informatie ook nodig om ervoor te zorgen dat we de leerlingen zo goed mogelijk kunnen begeleiden bij het doorlopen van de school en waar nodig extra zorg te kunnen bieden.
De algemene informatie over leerlingen staat in het leerlingdossier (naam, adres, cijfers, absentie en verzuim, etc). De informatie die nodig is voor begeleiding staat ook in het leerlingdossier (bijvoorbeeld: testresultaten, observaties, afspraken uit leerlingbesprekingen en zorgoverleg, resultaten van specifieke begeleiding).
Omdat wij deze gegevens over leerlingen verzamelen vallen we onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat de gegevens over personen zorgvuldig worden gebruikt en om misbruik ervan tegen te gaan. Het zorgdossier is daarom alleen toegankelijk voor de begeleiders van een leerling ín de school. We zorgen er dus voor dat gegevens over leerlingen uit het leerlingdossier alleen binnen de school worden gebruikt.
In de school wordt er regelmatig over leerlingen gesproken, bijvoorbeeld in de groepsbespreking, de leerlingbespreking en het interne zorgoverleg. Dit overleg is nodig om de vorderingen van de leerlingen te volgen, problemen te signaleren en met de leerkrachten afspraken te maken over leerlingbegeleiding. Voor leerlingen die extra begeleiding of zorg nodig hebben, wordt samengewerkt met externe deskundigen in het ZAT (Zorg en Advies Team). Als we een leerling willen bespreken met deze externen wordt er daarvoor eerst aan ouders/verzorgers toestemming gevraagd.
Volgens de wet Bescherming Persoonsgegevens heeft u als ouder/verzorger recht op inzage, recht op correctie en recht op verzet. Wilt u meer weten over deze wet kijk dan op www.cbpweb.nl
Heeft u vragen over het leerlingdossier of over het zorgoverleg in de school, neem dan contact op met de interne begeleider.
Samenwerking met externen via het Zorg en Advies Team. (ZAT)
Om elke zorgleerling gericht te kunnen begeleiden en de nodige zorg te geven of om tijdig een probleem over te dragen op het moment dat de problemen de schoolse zorg overstijgen werkt de school samen met externe deskundigen in een zogenaamd zorg en advies team (ZAT).
In het ZAT participeren naast de school het Bureau Jeugdzorg (BJZ), Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Algemeen Maatschappelijk Werk Midden-Limburg (AMW-ML). Op afroep kan ook de leerplichtambtenaar, de betrokken begeleider/onderzoeker van de onderwijsbegeleidingsdienst of de ambulante begeleider van het speciaal (basis)onderwijs betrokken worden.
Op deze wijze willen we de volgende doelstelling bereiken
- Geen leerling tussen wal en schip, door vroegtijdige signalering van problemen en soepele doorverwijzing;
- Eén leerling, één plan door afstemming van interne schoolzorg en externe zorg/hulpverlening;
- Zorg dicht bij ouders en school op een (vertrouwde) plek, waardoor de drempel laag is en op tijd van de juiste zorg gebruik kan worden gemaakt;
- Licht wat licht kan en zwaar wat zwaar moet.
Een ZAT functioneert op de scholen van de gemeenten Roerdalen en Roermond; dit is het gebied van het samenwerkingsverband Swalm en Roer.
De werkwijze.
Elke basisschool heeft een vaste jeugdzorgmedewerker, maatschappelijk werker en jeugdarts als contactpersoon. Dezen onderhouden de contacten met de interne begeleider (IB-er) van de school. Deze groep zijn de vaste deelnemers van het ZAT. Op afroep kan de leerplichtambtenaar, de betrokken begeleider/onderzoeker van de onderwijsbegeleidingsdienst of de ambulante begeleider vanuit het (speciaal) basisonderwijs aan dit overleg deelnemen.
Ook buiten de .. geplande bijeenkomsten van het ZAT onderhoudt de IB-er rechtstreeks contacten met deze instellingen/personen afzonderlijk. Niet alles wordt dus steeds in het ZAT besproken; dit gebeurt vooral als het gewenst is om vanuit meerdere disciplines naar een probleemsituatie te kijken.
In het ZAT wordt doorgesproken welke leerlingen op dit moment extra zorg nodig hebben. Daarna wordt gekeken wie het beste met dit probleem aan de slag kan gaan en hoe. Soms is dat de IB-er zelf, soms een van de andere instellingen, dan weer een combinatie van instellingen.
Daarnaast vindt in terugkoppeling plaats van de door instellingen geboden hulp aan ouders en leerling.
Verder worden de contacten gebruikt voor uitvoerende werkzaamheden op locatie zoals:
· Consultatie aan de IB-er of leerkracht zodat deze zelf met het probleem verder kan,
· Gesprek met ouders op school samen met de IB-er om ouders te motiveren voor hulp of als eenmalig adviesgesprek.
· Vervolggesprekken met ouders (screening, eventueel gevolgd door kortdurende hulp) als ouders de stap naar hulpverleningsinstellingen moeilijk kunnen maken,
· Observatie in de klas als onderdeel van diagnostiek,
· Afstemming van hulpverleningsplannen met schoolplannen,
· Interventies van BJZ en AMW naar de kinderen voortvloeiende uit de in gezamenlijkheid opgesteld hulpverleningsplannen.
· Consultatiegesprekken op aanvraag van de ouders.
Als we een leerling willen bespreken met deze externen wordt zoals eerder al vermeld eerst aan ouders/verzorgers toestemming gevraagd. Hiervoor wordt een en hetzelfde toestemmingsformulier gebruikt. Met de verstrekte informatie wordt gewerkt binnen de Wet Bescherming Persoonsgegevens ; daartoe wordt gewerkt op basis van een ‘reglement privacy zorg en adviesteams’ en een ‘protocol privacy zorg en advies teams’.
Samenwerkingsverband Swalm en Roer
Onze school participeert in het samenwerkingsverband Swalm en Roer dat bestaat uit 26 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs. Deze scholen zijn verspreid over twee gemeenten: Roerdalen en Roermond.
In het SWV Swalm en Roer functioneren 2 schoolbesturen:
- Stichting Swalm en Roer
- Stichting Pallas te Arnhem
Tot 1 augustus 2004 behoorde dit samenwerkingsverband tot het Samenwerkingsverband Midden-Limburg; sindsdien is het een zelfstandig samenwerkingsverband.
Deze verzelfstandiging biedt de mogelijkheid meer werk te maken van regionaal beleid. Dit beleid is vastgelegd in een Strategisch Beleidsplan en in het Zorgplan 2007-2008. Deze beleidsplannen vormen de basis voor het onderwijskundig beleid en met name het zorgbeleid van alle scholen in onze regio. De voornoemde beleidsplannen beogen het beleid t.a.v. de zorg voor leerlingen in het primair onderwijs te continueren en te optimaliseren.
In het strategisch beleidsplan staat de volgende visie centraal:
De beste zorg voor leerlingen is goed onderwijs. Het is goed onderwijs waar het SWV Swalm en Roer voor wil gaan.
Voor het samenwerkingsverband is de ideale school een school waar iedere leerling, meer, minder of anders getalenteerd, zich kan ontpooien in een prettig klimaat.
Basisgedachte hierbij is dat verschillen tussen leerlingen vanzelfsprekend zijn. Wij hebben te maken met veranderende kinderen in een veranderende omgeving. Het vraagt, naast een grote inzet, andere accenten op pedagogische en didactische kwaliteiten om zo goed mogelijk bij de verschillen en behoeften van leerlingen aan te sluiten.
Het inhoudelijk beleid wordt geïnitieerd en aangestuurd door een coördinator die zich laat ondersteunen door de algemeen directeuren.
Uitvoering van het beleid vindt hoofdzakelijk plaats op schoolniveau onder verantwoordelijkheid van directies en IB-ers. Daarnaast kunnen werkgroepen worden gevormd die activiteiten uit het Zorgplan voorbereiden, uitvoeren of coördineren.
In het Samenwerkingsverband functioneert een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De PCL heeft tot taak te beoordelen of en welke bovenschoolse zorg voor een leerling noodzakelijk is en of een SBO beschikking gewenst is.
De taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van de PCL zijn nader uitgewerkt in het Huishoudelijke Reglement PCL (met daaraan gekoppeld de klachtenregeling).
Vestigingsadres SWV: Stichting SWV Swalm en Roer
Postbus 1235
6040 KE Roermond
Telefoon: 06-46129670
Website: swv-swalmenroer
E-mail: info@swv-swalm-roer.nl
Vestigingsadres PCL: PCL - SWV Swalm en Roer
Postbus 606
6040 AP Roermond
PCL:
Voorzitter: drs. Marieke Wissing
Ambtelijk secretaris: mevr. Louke van Cruchten
Leden: drs. Helmine Steijvers (psycholoog /
orthopedagoog)
Mevr. Manon Boerland (IB BaO)
Voor meer informatie zie de website van het samenwerkingsverband:
swv-swalmenroer
Van WSNS naar LWOO: de extra zorg wordt gecontinueerd!
Op de meeste basisscholen zitten kinderen die extra zorg nodig hebben en krijgen.
Voordat de school met de extra hulp start, wordt de vraag gesteld: “Kunnen we dit zelf, of is er op de speciale basisschool een betere plek voor onze leerling? In toenemende mate is het antwoord: “Ja, dat kunnen we zelf”.
Het beleid achter deze ontwikkeling heet: Weer Samen Naar School (wsns). En dat heeft ertoe geleid dat de speciale basisscholen in de afgelopen jaren steeds minder leerlingen hoefden op te vangen, omdat de basisscholen zelf de extra zorg konden bieden.
De meeste ouders die hierbij betrokken waren (omdat hun kind het moeilijk had op school), vonden dit een prima oplossing: nu bleef hun kind bij de eigen vriendjes en vriendinnetjes op de eigen basisschool in de buurt.
Aan het eind van de basisschool bespreekt de school met de ouders welke vervolgopleiding het meest geschikt voor hun kind is.
Stel dat de keuze op het vmbo valt. De ouders zullen vragen: “Krijgt ons kind, dat bij jullie extra zorg heeft gekregen (wsns!),die extra zorg ook op het vmbo?
De betrokken leraar van groep 8 zal dan moeten antwoorden: “Als we gezamenlijk van mening zijn en als school aan u het advies geven dat uw kind de extra begeleiding die wij op de basisschool hebben gegeven, ook nodig heeft op het vmbo, dan begeleiden we u in het keuzeproces naar een vmbo-school, waar uw kind leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) geboden wordt.
LWOO betekent voor het vmbo, dat deze leerling extra hulp krijgt, net zoals bij wsns op de basisschool.
LWOO geeft de garantie voor extra hulp in de uiteindelijk gekozen leerweg op het vmbo.
Om als leerling in aanmerking te komen voor een lwoo-indicatie, wordt de leerling getest en worden er door een Regionale Verwijzingscommisie (RVC) criteria gehanteerd waaraan de leerling moet voldoen. Het is dus geen automatisme!
Niet elke basisschool geeft op dezelfde wijze extra hulp op school. Dat geldt ook voor de vmbo-scholen. Niet elke vmbo-school heeft lwoo op dezelfde wijze ingevuld.
Bij de keuze van de ouders voor de vervolgschool, zou dat een aanvullende vraag kunnen zijn: “Hoe helpen ze ons kind daar via de lwoo? Sluit deze hulp aan bij de reeds geboden hulp op de basisschool (wsns) en is het noodzakelijk dat deze hulp aansluit?”
De conclusie is dus: De extra zorg op de basisschool zal worden voortgezet in het voortgezet onderwijs.
Leerlingen die op de basisschool geen extra zorg hebben gehad kunnen daarvoor in het voortgezet onderwijs toch in aanmerking komen.
Omgaan met leerlinggegevens .
De scghool verzamelt informatie van alle leerlingen die bij ons op school zijn ingeschreven in de leerlingenadministratie. Dit doen wij allereerst om leerlingen passend onderwijs te geven. We hebben de informatie ook nodig om ervoor te zorgen dat we de leerlingen zo goed mogelijk kunnen begeleiden bij het doorlopen van de school en waar nodig extra zorg te kunnen bieden.
De algemene informatie over leerlingen staat in het leerlingdossier (naam, adres, cijfers, absentie en verzuim, etc). De informatie die nodig is voor begeleiding staat ook in het leerlingdossier (bijvoorbeeld: testresultaten, observaties, afspraken uit leerlingbesprekingen en zorgoverleg, resultaten van specifieke begeleiding).
Omdat wij deze gegevens over leerlingen verzamelen vallen we onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat de gegevens over personen zorgvuldig worden gebruikt en om misbruik ervan tegen te gaan. Het zorgdossier is daarom alleen toegankelijk voor de begeleiders van een leerling ín de school. We zorgen er dus voor dat gegevens over leerlingen uit het leerlingdossier alleen binnen de school worden gebruikt.
In de school wordt er regelmatig over leerlingen gesproken, bijvoorbeeld in de groepsbespreking, de leerlingbespreking en het interne zorgoverleg. Dit overleg is nodig om de vorderingen van de leerlingen te volgen, problemen te signaleren en met de leerkrachten afspraken te maken over leerlingbegeleiding. Voor leerlingen die extra begeleiding of zorg nodig hebben, wordt samengewerkt met externe deskundigen in het ZAT (Zorg en Advies Team). Als we een leerling willen bespreken met deze externen wordt er daarvoor eerst aan ouders/verzorgers toestemming gevraagd.
Volgens de wet Bescherming Persoonsgegevens heeft u als ouder/verzorger recht op inzage, recht op correctie en recht op verzet. Wilt u meer weten over deze wet kijk dan op www.cbpweb.nl
Heeft u vragen over het leerlingdossier of over het zorgoverleg in de school, neem dan contact op met de interne begeleider: [naam interne begeleider en het telefoonnummer of e-mail].
Samenwerking met externen via het Zorg en Advies Team. (ZAT)
Om elke zorgleerling gericht te kunnen begeleiden en de nodige zorg te geven of om tijdig een probleem over te dragen op het moment dat de problemen de schoolse zorg overstijgen werkt de school samen met externe deskundigen in een zogenaamd zorg en advies team (ZAT).
In het ZAT participeren naast de school het Bureau Jeugdzorg (BJZ), Jeugdgezondheidszorg (JGZ), Algemeen Maatschappelijk Werk Midden-Limburg (AMW-ML). Op afroep kan ook de leerplichtambtenaar, de betrokken begeleider/onderzoeker van de onderwijsbegeleidingsdienst of de ambulante begeleider van het speciaal (basis)onderwijs betrokken worden.
Op deze wijze willen we de volgende doelstelling bereiken
Geen leerling tussen wal en schip, door vroegtijdige signalering van problemen en soepele doorverwijzing;
Eén leerling, één plan door afstemming van interne schoolzorg en externe zorg/hulpverlening;
Zorg dicht bij ouders en school op een (vertrouwde) plek, waardoor de drempel laag is en op tijd van de juiste zorg gebruik kan worden gemaakt;
Licht wat licht kan en zwaar wat zwaar moet.
Een ZAT functioneert op de scholen van de gemeenten Roerdalen en Roermond; dit is het gebied van het samenwerkingsverband Swalm en Roer.
De werkwijze.
Elke basisschool heeft een vaste jeugdzorgmedewerker, maatschappelijk werker en jeugdarts als contactpersoon. Dezen onderhouden de contacten met de interne begeleider (IB-er) van de
school.
Copyright © 2010 by "Montessori Basisschool Roermond" · All Rights reserved