Montessori basisschool
           Roermond

Materiaal
Copyright © 2010 by "Montessori Basisschool Roermond"   ·   All Rights reserved  · 
Terug naar boven
De leermiddelen, waarmee het kind werkt, worden materiaal genoemd. In de loop van een lange periode werd dit materiaal ontworpen door Dr Montessori en haar medewerkers. Na haar overlijden in 1952 hebben medewerkers - waarvan de belangrijkste haar zoon Mario Montessori was - dit werk voortgezet. Het materiaal is geen handig hulpmiddel in de hand van een leerkracht die het kind wat leert, maar het heeft de eigenschap dat het kind, dat het zelfstandig hanteert, er na een korte introductie zichzelf wat mee leert. De korte introductie heet de individuele les.
De leerkracht, die wordt opgeleid voor het montessoridiploma, leert hoe hij deze lessen geven moet. De Nederlandse hoogleraar Buijtendijk heeft het eens zo gezegd: ‘Het montessori-materiaal is de leraar van het kind en de leraar is het hulpmiddel.' De kracht tot het leren is dus gelegen in het materiaal zelf. Dit is zo omdat het materiaal de informatie over goed of fout handelen geeft.
Er zijn veel soorten montessori-materiaal. De grootste fabriek voor montessori-materiaal staat in Nederland. Maar de leidster of leider maakt ook zelf veel materiaal.
Het materiaal
voor de oefeningen uit het dagelijks leven
geven het jonge kind tal van mogelijkheden
tot   het   uitvoeren   van   interessante
handelingen,   waardoor   de   motoriek
getraind     wordt.     De    handelingen
zijn    interessant    voor    het    kind:
koper    poetsen,    schoenen    poetsen,
experimenteren  met  tal  van sluitingen
voor kleding. Het zintuiglijk materiaal is
erg bekend. Het kind
ontwikkelt er zijn zintuigen mee, waardoor het beter leert waarnemen en ook de waarnemingen leert ordenen. Deze ordening van waarnemingen noemt Dr Montessori de opvoeding van de intelligentie. Ook het hierna nog te noemen materiaal heeft de mogelijkheid tot deze ordening.

Er is materiaal voor het schrijven en lezen en overige taaloefeningen en voor rekenen en geometrie. Dit materiaal wordt meestal aangeboden in individuele lessen. Door observatie kan het juiste moment bepaald worden waarop het kind eraan toe is om een nieuwe stap op de weg van zijn ontwikkeling te zetten. De individuele les maakt het mogelijk om die stap juist dan ook te zetten.
Er is ook materiaal voor de 'kosmisch onderwijs en kosmische opvoeding', men zou ook kunnen zeggen voor wereldoriëntatie. Voor een deel wordt dat materiaal in individuele lessen aangeboden. Maar vaak ook wordt hier de weg gekozen van aanbieding aan een hele groep in een zogenaamde algemene les, waarna het mogelijk is om het vertelde zelfstandig te verdiepen door middel van materiaal dat bij de les gemaakt werd of door er meer over op te zoeken in het documentatiecentrum. De algemene les kan ook het startpunt zijn voor een tocht in de omgeving van de school.

De hierboven beschreven kenmerken bepalen met elkaar de kwaliteit van een montessorischool. Door een commissie van de Nederlandse Montessori Vereniging wordt de kwaliteit van de scholen bewaakt. Men kan ook zelf de kwaliteit van een montessorischool vaststellen door na te gaan tot in hoeverre aan de kenmerken voldaan wordt.

Het kind contact laten maken met een stimulerende omgeving. Centraal staat de erkenning van de eigen identiteit van kinderen. Het onderwijs aan de kinderen is er op gericht te streven naar dat elk kind het maximale van zijn mogelijkheden bereikt. Bevrediging van eigen behoeften en interesse in de eerste levensfase is essentieel voor de latere ontwikkeling. De kinderen worden uitgedaagd tot leren, door specifieke materialen en een omgeving waardoor kinderen verbanden ontdekken. Door deze uitdagingen krijgen kinderen vlugger zicht op de wereld, meer zelfvertrouwen en het gevoel vrij te zijn om zich te bewegen. Er wordt een direct verband gelegd tussen motorische en intellectuele ontwikkeling. Visie is de kinderen niet iets leren, maar hun belangstelling opwekken. Instructies in de klas duren hooguit 15 minuten. Dr. Maria Montessori was één van de onderwijsvernieuwers van het eind van de 19e en begin 20e eeuw.
Terug naar Montessori gedachte